Home

Afgelopen dinsdag, 11 oktober, ben ik naar de Kosmopolis conferentie: Super-diversity in dynamic cities geweest. Centraal tijdens deze dag stond hoe Europese metropolen met hun hedendaagse dynamiek kunnen omgaan met de uitdagingen op het gebied van kunst en cultuur. Kosmpolis Rotterdam heeft twee zusterorganisaties een in Utrecht en de ander in Den Haag, beide dragen dezelfde naam.

In het licht van deze conferentie is het interessant om de missie van Kosmopolis te vermelden: Kosmopolis Rotterdam wil mensen nieuwsgierig maken naar elkaars verhaal, geschiedenis en cultuur. Zij zet de kracht van kunst en cultuur in om mensen met elkaar te verbinden en nieuwe cultuuruitingen te ontwikkelen.

Officieel begon de conferentie om half tien, maar de deur ging al om kwart voor negen open. Ik kwam was rond negen uur bij metrohalte Wilhelminapier aan, waar ik Setareh tegen kwam. Terwijl we naar Lantaren Venster liepen bespraken wij onze verwachtingen van de dag. Zij was beter voorbereid dan ik op de conferentiedag dus dit was een goede binnenkomer. Na het betalen van het kaartje kregen alle bezoekers het programma van de dag en na het bestuderen van het programma werd mijn enthousiasme voor de dag aangewakkerd. Het programma bestond uit twee delen een algemeen gedeelte en een specifiek gedeelte. Voor het tweede deel konden de deelnemers kiezen uit of een werksessie kunst en cultuur of een werksessie erfgoed.

Het eerste deel werd geleid door Maayke Botman
. Zij werkt momenteel als een project consultant voor het Oranje Fonds en ze houdt zich bezig met kunst uitingen van mensen met gemengde etnische afkomst. Ze legde het begrip super-diversiteit op een simpele manier uit om het vervolgens verder uit te diepen. De kern van haar argument was dat globalisatie een multiplier effect heeft, of met andere woorden des te meer de wereld globaliseert des te groter de effecten zijn. Het begrip van super-diversiteit laat mensen afwijken van traditionele categoriseringen en neemt alle variabelen mee die een rol spelen in iemands leven. Dit houdt in dat we weggaan van een essentialistisch begrip van de wereld.

De eerste spreker die aan bod kwam was prof. Michael Keith. Hij is professor in de Antropologie en directeur van het centrum voor migratie, beleid en samenleving aan de universiteit van Oxford. Deze speech was met recht het moeillijkst te volgen. Ik heb geprobeerd de belangrijkste punten bij te houden, maar het ene na het andere belangrijke punt werd gepresenteerd. In het begin van zijn presentatie refereerde hij aan Kant. Hij noemde drie belangrijke vragen die door Kant gesteld zijn: Wat weet ik?; wat wil ik?; wat vind ik mooi?. Deze drie vragen vertalen zich respectievelijk in epistemologie, ethiek en esthetiek. In het vervolg van zijn verhaal had hij voor een narratieven over multiculturaliteit. Deze narratieven zijn epistemologische vragen die “gebaseerd” zijn op kennis. Als voorbeeld gaf hij twee verhalen die in een juxtapositie tegenover elkaar stonden, maar geografisch gezien zeer dicht bij elkaar hebben plaatsgevonden. (de verhalen die hij gebruikte waren “the battle of cable street”en “the bricklane bombing”. De conclusie die hij hieruit trok was dat narratieven van het beter of slechter gaan altijd een misrepresentatie zijn en vaak ook een travestie van geografie. Wat ik eruit afleid is dat verhalen altijd misleidend zijn. Dat sluit ook aan bij mijn eerdere lezen.

Wat interessant was om te horen was dat prof. Keith het narratief van migratie als een ondermijning zag van de notie van nationale identiteit. Zo had ik er zelf nog nooit naar gekeken, maar dit is eigenlijk een waarheid waar we niet omheen kunnen. Hij ging echter nog verder, het verhaal over migratie heeft als gevolg dat we niet alleen in het nu en in het verleden leven zoals in het nationalistische verhaal, maar ook op verschillende geografische schalen tegelijkertijd. De transnationale burger is niet gebonden aan een specifieke plek. Familie die bijvoorbeeld in Marokko woont kunnen emotioneel gezien dichterbij zijn dan je buren en de huidige communicatiemiddelen zoals skype versterken dit alleen maar. Het nationalistische verhaal is dus slecht een van de registers die mensen gebruiken om hun verhaal te vertellen. In feite zijn de onzekerheden van identiteit eigen aan identiteit. Vervolgens bracht hij een veelgebruikt instrument in de stadsontwikkeling naar voren. Patrick Abercrombie maakte gebruik van “blobs” om de stad te beschrijven, maar deze “blobs” komen niet overeen met de culturele werkelijkheid. De beschrijving van stadsontwikkeling past binnen het narratief over de stad. Er waren volgens prof. Keith een aantal dingen waar dit verhaal in ieder geval niet op gebaseerd is, namelijk: niet op een benetton feel good sentiment; niet op een utopie; en niet op wortels.

Om aan te tonen dat het stedelijke verhaal niet gebeurd is op wortels gaf hij het voorbeeld van “Fish and Chips”. Dit bekende engelse fast food is een hybride product dat zijn wortels heeft in joodse gefellte fisj en franse hugenoten pomme frites. Daarnaast gaf hij ook het voorbeeld van kunstenaar Chris Ofili, een Britse van origine Nigeriaanse kunstenaar die nu in Trinidad woonachtig is. Hij laat zich inspireren op het Nigeriaanse erfgoed, maar maakt tegelijkertijd contemporaire kunst

Prof. Keith vervolgde met een reactie op Richard Florida, van wie hij geen grote fan is. Hij is van mening dat nieuwe culturele vormen tot nieuwe economische activiteiten kunnen leiden, maar dat deze een sterke basis moeten hebben met de lokale cultuur.

Op basis van zijn eerdere verhaal kwam hij tot vier punten waaraan multiculturalisme moet voldoen:
– Gedeelde toekomst
– Een idee van burgerschap
– Ethiek van gastvrijheid
– Gevoel van zichtbare sociale gerechtigheid

Hij sloot af met het volgende statement: “Als we een beter descriptieve grip op de maatschappij krijgen kunnen we beter beleid voeren.”


De tweede spreker was Garbi Schmidt. Zij belichtte de casus van Kopenhagen en Denemarken. Er is een Denemarken een skeptische houding van het politieke rechts naar het politieke links en tegelijkertijd is er een bewustzijn in Denemarken dat migratie noodzakelijk is om de huidige welvaart in stand te houden. Dit lijkt te contrasteren en onder de nieuwe regering waar de Deense Volkspartij geen onderdeel van uit maakt is er ook een veranderende focus waarneembaar. Het nieuwe taalgebruik spreekt van kwetsbare gebieden in plaats van ghettos.

Kopenhagen is cultureel gezien het meest diverse deel van Denemarken en in die stad vind jaarlijks een evenement plaats dat International Day heet. In 2011 is de naam van dit evenement echter verandert in Taste The World 2011. Eten is volgens haar een belangrijk middel om culturen bij elkaar te brengen, door middel van consumptiegedrag komen de culturen dichter bij elkaar. Jammer genoeg is het diversiteitsvraagstuk in Kopenhagen ook verworden tot iets dat louter op etnische basis behandelt wordt en niet zozeer op geslacht of sexuele orientatie. De meeste immigranten die woonachtig zijn in Kopenhagen komen uit Libanon, Somalië en Irak. De religieuze identiteit is vaak duidelijk zichtbaar en dit heeft tot bepaalde spanningen geleid.

Volgens Garbi is het belangrijk om te beseffen dat stedelijke geschiedenis altijd een migratiegeschiedenis is. Steden zonder migratie zouden geen steden zijn.

Na een korte koffiepauze kwam de derde en laatste spreker voor de lunch aan bod. Phil Wood heeft zijn presentatie de naam Diversify or Die meegegeven. Dit klinkt lichtelijk grappig en zo was ook de rest van zijn presentatie. Qua amusementswaarde scoorde Phil Wood goed, maar ook inhoudelijk kwamen er interessante dingen aan bod. Phil focusde in zich in zijn presentatie op beleidsvorming. Hij gaf een anecdote over hoe Nederlanders omgingen met het verlies van het WK voetbal wat hij van dichtbij zag omdat hij op dat moment op North Sea Jazz was, maar ging daarna gelijk over in het minder goed kunnen omgaan met de teleurstelling van het multiculturalisme. Hij vergeleek het multiculturalisme met een oude geliefde. Iets waarvan je vroeger heel veel gehouden houdt en nu niet eens meer mee belt. Het multiculturele beleid komt voort uit migratie van het geografische zuiden naar het geografische noorden, maar hij gaf daarbij als kanttekening dat de meeste migratie ter wereld van het geografische zuiden naar het geografische zuiden zelf plaats heeft.

Maar hoe zien steden dan multiculturaliteit? Hij gaf drie opties: als een bedreiging (een aantal), als iets vervelends (heel veel), als een kans (heel weinig). Steden zouden makkelijker te besturen zijn als iedereen hetzelfde was, maar dit is natuurlijk geen realistisch beeld. De steden die multiculturaliteit als een kans zien zijn van mening dat multiculture mengvormen plus openheid en kansen leiden tot creativiteit iets dat op haar beurt weer leidt tot economische activiteit. Phil Wood ziet multiculturaliteit zelf ook echt als een kans en steden krijgen allerlei ingangen in gebieden waar ze anders geen ingang zouden hebben. Hij zou het dan ook zonde vinden om de baby (multiculturalisme) met het waswater (het falen) weg te gooien.

Phil Wood schetste een ontwikkeling in beleidsvoering:
– Gastarbeider beleid (Niet gericht op het opnemen van gastarbeiders in de samenleving)
– Assimilatie beleid (Proberen immigranten volledig te integreren)
– Multicultureel beleid (Integratie met behoud van eigen identiteit)
– Neo-liberaal integrerend beleid (Een combinatie van vorige beleidsvormen, gedeeltelijk gastarbeider in combinatie van assimilatie van migranten in een groep die los staat van de oorspronkelijke “blanke” stedelingen)

Op basis van deze beleidsvormen stelt Phil Wood een alternatief voor waarbij je het beste neemt van multuculturalisme:
– Intercultureel beleid (Beschouw de bevolking van een stad als een dynamische myriade van culturen)

Op basis van intercultureel beleid moet er met een aantal dingen rekening gehouden worden:
– Ga op zoek naar bruggenbouwers, niet naar poortbewakers
– Hybridiseer cultuur
– Zorg dat er één publieke sfeer is met ruimte voor diversiteit
– Vermijd conflicten niet, maar verwacht ze en manage ze
– Tolerantie is niet genoeg, dit is vergelijkbaar met een kwaadaardige onverschilligheid

Daarna ging Phil door met een ander punt. In een vergelijking met het brein gaf hij een zienswijze op de stad. Het rechterbrein denkt logisch en in de huidige tijd vertrouwen we erg op ons rechterbrein. Het rechterbrein maakt gebruik van details en mist vaak het grote plaatje. We zouden meer met ons linkerbrein moeten denken en de stad niet als machine, maar als eco-systeem moeten zien.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s