Home

Na de drie speeches kregen twee gasten de gelegenheid om een reactie te geven op het eerder gezegde. De genodigden hiervoor waren Francio Guadeloupe en Jan Blommaert.

Francio Guadeloupe verduidelijkte het onderscheid tussen het debat over multiculturalisme en dat over superdiversiteit. Een debat over multiculturalisme is vaak gebaseerd op problemen en in de visie van Francio gaat het debat over superdiversiteit over hoe je experimenten kan stimuleren die gelijkheid tot doel hebben. Daarnaast waren er drie aspecten, het sacrale, het profane en het…. (eentje die ik vergeten ben) die belangrijk zijn als je kijkt naar superdiversiteit.

Vooral het onderscheid tussen probleem en oplossing met betrekking van identiteit vond ik interressant. Je zou dan kunnen denken dat multicultarilsme iets van de staat is en superdiversiteit iets van de civiele maatschappij. Het gaat allebei over samenleven, maar de staat is meer gericht op probleemoplossing en de civiele maatschappij directer op de sociale werkelijkheid.

Jan Blommaert heeft een taalkundige achtergrond en dit was te merken in zijn reactie. Hij begon met culturele eenheden te vergelijken als inflecties van werkwoorden. Ik persoonlijk vond het een hele mooie analogie. Altijd als we het hebben over een identiteit hebben we het over een vervoeging van het werkwoord en dus nooit over het infitief. Werkwoorden kunnen zich uiten in verschillende tijden en persoonsvormen en zijn dus niet altijd hetzelfde. Maar de vergelijking daar gelaten, maakte hij ook een ander mooi punt. Als je diversiteit beschouwd als superdiversiteit dan krijg je in plaats van groepen die van elkaar verschillen ook supergroepen. Super kan je in dit geval het beste opvatten als een groep die andere groepen overstijgt, en net als superdiversiteit moeillijk te vangen is zo ook de supergroep. Volgens Jan Blommaert zijn supergroepen nieuwe vormen van gemeenschap die geen ruimte of gezamelijke geschiedenis delen. Ze kunnen ook gebruik maken van een supervernacular. Letterlijk vertaald betekent vernacular volkstaal. Deze talen die binnen de supergroep als communicatiemiddel dienen bestaan altijd alleen maar als een dialect of als een verbeelding van een standaard. Daarnaast merkte hij ook op dat de dominante reactie op superdiversiteit uniformiteit is. Om de superdiverse werkelijkheid te vatten wordt de werkelijkheid vereenvoudigd en veruniformiceerd. Dit leidt tot minder democratie.

Het eerste deel van de dag heeft me laten nadenken over uniekheid en gelijkheid, en ook over de wenselijkheid van de wereld te beschouwen als een superdivers ecosysteem. We kunnen er helaas niet om heen als we recht willen doen aan de wereld waarin wij leven.

Het tweede deel van de dag werd geleid door Tessa Boerman. Zij is een documentaire maakster en heeft meerder debat programma’s opgezet die over visuele cultuur en (culturele) identiteit gingen. Daarnaast is ze kroonlid van de Raad voor Cultuur die beleidsadviezen geeft aan de beleidsmakers op het gebied van cultuur. Na de luncht ging het specifiek over superdiversiteit in de kunst en cultuur sector.


De eerste spreker was Mark Terkessidis. Deze Duitser is afgestudeerd in de pyschologie en is van 1992 tot 1994 redacteur geweest bij het popcultuur magazine ‘Spex’. Daarnaast is hij een medestichter van het in Keulen gebaseerde instituut for studiens in de visuele cultuur (isvc.org).Hij begon zijn speech met een verwijzing naar Jens Schneider die duitsheid onderzocht heeft. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat duitsheid een ondiepe categorie is. Duitsheid wordt voornamelijk geassocieerd met een romantisch idee van diepheid, maar tegelijkertijd voldoen de meeste autochtone Duitsers niet aan dit idee. Er is dus sprake van een tegenstelling of een cliché van de nationale identiteit.

Daarna ging hij door met te zeggen dat het idee van de stad als een container niet meer van toepassing is. De stad is vooral nu meer en meer gebaseerd op migratie in tegenstelling tot sedentariteit. Je kan de geografische beperktheid van de stad zien als je kijkt naar transnationale banden. Tanger kan in sommige maanden bijna als buitenwijk gezien worden van een stad als Rotterdam. Daarnaast zijn deze marokkanen met transnationale netwerken voor elk van de geografische gebieden ook van een andere betekenis. In Nederland worden ze als een probleem gezien, maar in Marokko zijn ze een economische bijdrage. De geografische ideën van dichtbij en verg weg zijn dus verandert.

In Berlijn zijn vorig jaar 1,1 miljoen immigranten en ongeveer een even grote groep migranten de stad in gekomen en uitgaan. Daarnaast zijn er continu een grote groep studenten en toeristen tijdelijk aanwezig. Steden krijgen in toenemende mate te maken met een bevolking die aanwezig en afwezig is afhankelijk van de tijd waar je naar kijkt.

Vorlgens Mark moeten we weg van een etnische cultuur. Dit omdat we vastzitten in het idee van een homogene cultuur. Het is beter om de cultuur van migranten te beschouwen als een tussenin cultuur. De culturele instellingen sluiten niet aan bij deze nieuwe burgers. Veel van de culturele instituties stammen nog uit de 19e eeuw. Deze instituties waren bildungsburger georiënteerd en bovendien is vaak de hele organisatie blank. Het startpunt moet zijn dat er gemeenschappelijke deler is, maar dat individuen de maatschappij opmaken. Er is geen gezamelijk verleden alleen gedeelde toekomst.

One thought on “Kosmopolis Rotterdam: Super-diversity in dynamic cities (Deel 2)

  1. Pingback: Congresverslag “Superdiversity in dynamic cities: Nieuwe uitdagingen voor de cultuursector” (Rotterdam oktober 2011) | Superdiversiteit

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s