Home

Rothstein & Teorell constateren dat er een groei is in het aantal studies naar goed bestuur. Met name politieke en economische wetenschappers stellen een verband vast tussen een slecht functionerende overheid en economische en sociale problemen. In het artikel: “What is quality of governement? A theory of impartial government institutions” stellen zij echter dat “impartiality” de belangrijkste kernwaarde is van goed bestuur en dat deze waarde onvoldoende in de literatuur terug komt. Rothstein en Teorell zijn van mening dat de discussie over wat goed bestuur is los in komen te staan van politieke filosofie en zij achten dit onwenselijk. De staat reguleert volgens Rothstein & Teorell haar relaties met burgers op twee dimensies. Hierbij nemen ze twee normatieve standpunten in met betrekking tot deze dimensies. Enerzijds stellen ze dat als norm aan “input” zijde gelijke toegang tot publieke autoriteit vereist is. En anderzijds ligt aan de “output” zijde een onpartijdige wijze waarop deze autoriteit uitgevoerd wordt ten grondslag aan goed bestuur. Hierbij benadrukken zij dat enerzijds gelijke toegang tot de politieke besluitvorming en een onpartijdige uitvoer van beleid basisnormen zijn. Dit betekent dat binnen verschillende politieke constellaties tegemoetgekomen kan worden aan de basisnorm van gelijke toegang en er evenwel ruimte is voor beleid dat zich richt op specifieke doelgroepen zonder dat de basisnorm van onpartijdige uitvoer geschaad wordt.

In het tweede deel van het artikel richten Rothstein & Teorell zich op de relatie tussen “impartiality” als norm van goed bestuur en andere normen, namelijk: “democracy”, “the rule of law” en “effectiveness/efficiency”. Democratie als leidende norm voor goed bestuur zien Rothstein en Teorell als onvoldoende. Theoretisch gezien omdat er geen waarborgen voor de bescherming van minderheden in het principe van democratie aanwezig zijn, maar ook empirisch is de relatie van democratie en gewaardeerde sociale uitkomsten niet eenduidig. Hoewel zij democratie niet als een voldoende voorwaarde zien voor goed bestuur, is democratie wel een noodzakelijke voorwaarde, omdat het grenzen aanbrengt in de beleidsruimte. Hierbij halen ze het voorbeeld aan van apartheidachtige wettten die een verstoring van de gelijke toegang tot publieke autoriteit voorstaan. Hierna zullen andere twee relaties heel kort en te bondig samengevat worden. Met betrekking tot “rule of law” zeggen Rothstein en Teorell dat “impartiality” “rule of law”verondersteld. En dat “impartiality” altijd voor “effectiveness/efficiency” gaat omdat rechten voor waarde gaat. 

Vanuit een filososische standpunt kan echter de vraag gesteld worden of een definitie van Goed Bestuur wel geformuleerd kan worden. Rorty maakt in zijn artikel “The decline of redemptive truth and the rise of a literary culture”een onderscheid tussen waarheid en verlossende waarheid. Hierbij definieert Rorty verlossende waarheid als: “A set of beliefs which would end, once and for all, the process, the process of reflection on what to do with ourselves.” Metafysisch betekent dit dat werkelijkheid kenbaar is en het geheim van de werkelijkheid ontrafeld kan worden. Hij plaatst deze ontrafeling van de waarheid in een historisch perspectief. Eerst zocht de mens verlossing in religie, toen in filosofie en tegenwoordig in de literatuur. In de eerste twee fases werden de respectievelijk verlossende waarheden gevonden in God en “de Waarheid”. Verlossing in de literatuur daarentegen wordt gevonden door kennis te maken met een zo groot mogelijke diversiteit aan mensen. De verlossing is gelegen in de huidige grenzen van de menselijke verbeeldingskracht. In tegenstelling tot tot verlossing via religie of filosofie is de verlossing niet afkomstig van een niet-menselijke entiteit.

Welke vorm deze literaire dan ook aanneemt, voor Rorty is het vinden van een verlossende waarheid voor normatieve vragen over menselijk gedrag niet mogelijk. Hij stelt dat een samenleving haar problemen kan overkomen enkel door vervolgens nieuwe problemen te creëren. Rorty beschouwt wetenschappelijk onderzoek dan ook niet als een zoektocht naar een verlossende waarheid, maar als een manier om problemen op te lossen. Binnen dit waarheidsbegrip is het te betwijfelen dat er één definitie van Goed Bestuur te formuleren is die de vorm aanneemt van een verlossende waarheid en daarmee een einde maakt op de reflectie wat Goed Bestuur inhoudt. Dit maakt vanuit Rorty’s perspectief wetenschappelijk, zoals verricht door Rothstein & Teorell, geen nutteloze exercitie, juist omdat het problemen oplost waarmee op dat moment wordt geworsteld.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s